menu

Gemeentelijke reglementeringen


APW

Alle verkeer van voertuigen is verboden, uitgezonderd mechanisch of elektrisch voortbewogen rolwagens voor gehandicapten, kinderrijwielen, kinderauto's en andere kindervermakelijkheidstoestellen die mechanisch of elektrisch voortbewogen worden, vanaf de eerste zondag van de Paasvakantie tot 30 september op volgende wegen:

  • op de Zeedijk-Wenduine vanaf de Demeyhelling tot de Manitobahelling, uitgezonderd van 06 tot 12 uur, en op de laatste zondag van de Paasvakantie, de 1ste, 15de, 16de en laatste dag van de maand;
  • op de rijweg benoorden en bewesten de galerij op de Rotonde.

Deze maatregel wordt aangeduid met het verkeersbord C3, eventueel met onderbord.  Deze tekens worden alleen geplaatst tijdens de periodes waarin ze van toepassing zijn.

Alle verkeer van voertuigen is verboden, met inbegrip van kinderrijwielen, kinderauto's en andere kindervermakelijkheidstoestellen die mechanisch of elektrisch voortbewogen worden en uitgezonderd mechanisch of elektrisch voortbewogen rolwagens voor gehandicapten

1)   vanaf de eerste zondag van de Paasvakantie tot 30 september op de Zeedijk-Wenduine vanaf het huisnummer 2 tot de Demeyhelling, uitgezonderd van 06 tot 12 uur, en op de laatste zondag van de Paasvakantie, de 1ste, 15de, 16de en laatste dag der maand.  Deze uitzonderingen zijn niet toepasselijk op het verkeer van kinderrijwielen, kinderauto's en andere kindervermakelijkheidstoestellen die mechanisch of elektrisch voortbewogen worden en waarvoor het verbod blijft gelden;

2)   op de Zeedijk-De Haan, uitgezonderd op volgende plaatsen en tijdstippen uitsluitend voor het laden en lossen:
- gedeelte zeedijk vanaf de Dürerhelling tot beoosten de Prinses Josephinelaan inbegrepen:
   ◘ periode vanaf de eerste dag van de Paasvakantie tot en met 30 september: iedere dag van 06 tot 12 uur;
   ◘ periode vanaf 01 oktober tot en met de laatste dag vóór de aanvang van de Paasvakantie: iedere dag van 08 tot 11 uur.

Voor wat deze Paasvakantie betreft, is de vroegste periode - ongeacht aan welke Gemeenschap deze wordt toegekend - bepalend voor de wisseling van hogervermelde periodes.

- gedeelte zeedijk vanaf de Goethehelling tot beoosten de Prinses Josephinelaan inbegrepen:
   ◘ periode vanaf 01 april tot en met 30 september: de 1ste, 15de, 16de en laatste dag van de maand;
   ◘ de eerste en de laatste dag van de Kerst- en Paasvakantie.
Voor wat deze Paasvakantie betreft zijn de onderscheiden aanvangs- en einddata der vakantieperiode toegekend aan de Gemeenschappen, bepalend.

Deze uitzonderingen zijn niet toepasselijk op het verkeer van kinderrijwielen, kinderauto's en andere kindervermakelijkheidstoestellen die mechanisch of elektrisch voortbewogen worden en waarvoor het verbod blijft gelden.

3)   In afwijking van hetgeen bepaald onder sub 2) hebben de gebruikers van de in het gedeelte zeedijk tussen de Goethehelling en de Prinses Josephinelaan gelegen autobergplaatsen, altijd toegang tot dit gedeelte van de Zeedijk-De Haan, op voorwaarde evenwel dat ze er noch stilstaan, noch parkeren.  Aan deze gebruikers wordt op hun verzoek een strikt persoonlijke toegangskaart - enkel geldig voor hun autobergplaats en voor hun voertuig - afgeleverd.  De houders van dergelijke kaart zijn verplicht deze kaart op de voorruit van hun wagen aan te brengen.

Deze maatregelen zullen worden aangeduid met verkeersborden C3 met onderborden.  De tekens worden geplaatst tijdens de periodes waarin ze van toepassing zijn.

► Het verkeer van motorvoertuigen en fietsen is verboden op het strand, in de bossen, in de duinen, alsook op de lage dijk voor de Zeedijk-De Haan. Het gebruik op het strand en in de duinen van enig welk toestel of voorwerp is verboden, zo dit derden kan hinderen of in gevaar brengen.

► Op de Zeedijk-De Haan en de Zeedijk-Wenduine in het gedeelte vanaf de Rotonde tot aan de Demeyhelling zijn fietsen en gocarts niet toegelaten, met uitzondering van de Rotonde te Wenduine. Gocarts zijn niet toegelaten in het park La Potinière.

► Het gebruik van skateboards is verboden op alle openbare wegen en openbare plaatsen op het grondgebied van de gemeente, met uitzondering van de daartoe voorbehouden ruimte door het gemeentebestuur.

► Behoudens voorafgaande en schriftelijke toelating van de burgemeester is het verboden om barbecues te houden op de openbare weg, openbare pleinen, in de openbare parken, langs de openbare wandelpaden, op hte strand en in de duinen.

► Het in zee steken vanaf het strand met waterscooters en/of jetski's is niet toegelaten én van het Vlaamse Gewest én van het Schepencollege.

► Het overnachten in kampeerwagens, tenten, mobilhomes en dergelijke is verboden op de openbare weg, in het bos, in de duinen en op het strand.

AGP

Honden

Art. 1.51. Algemene verplichtingen

§1. Tijdens de paasvakantie en het badseizoen wordt de toegang tot het strand, de duinen en tot de zee verboden voor honden tussen 10 en 19 uur.

De zones op het strand waar de toegang met honden verboden is, worden aangeduid door dit verbodsbord met vermelding van de verboden periode.

 

 

 

§2. De eerste paragraaf is niet van toepassing op:
a) personen met een handicap die begeleid worden door een assistentie- of blindengeleidehond;
b) leden van de politiediensten met hun politiehond in de uitoefening van hun functie;
c) aangestelden van een erkende bewakingsonderneming in de uitoefening van een door de overheid vergunde bewakingsopdracht met hun waakhond.

§3. In de periodes en op de plaatsen waar honden toegelaten zijn op het strand, hoeven ze niet aan de leiband te worden gehouden. De begeleider dient echter steeds zijn loslopende hond in bedwang te kunnen houden en te beletten dat de openbare orde op het strand wordt verstoord door zijn hond.

§4. Kwaadaardige honden dienen aan een korte leiband te worden gehouden en een muilband te dragen.

Art. 1.52. Hondenpoep

De begeleiders van de honden moeten steeds in het bezit zijn van een zakje voor het verwijderen van de uitwerpselen van hun dier. Het zakje moet op het eerste verzoek van de politie of een bevoegd persoon worden getoond. De begeleiders van de honden moeten de uitwerpselen van hun dier onmiddellijk verwijderen met behulp van het daartoe bestemde zakje en het gebruikte zakje in een vuilnisbak deponeren.

Art. 17.1.

Het is verboden op of langs de openbare weg, in de bossen en op andere openbare plaatsen honden te laten loslopen of te laten rondzwerven. Ze dienen aan de leiband te worden gehouden. Kwaadaardige honden moeten gemuilband zijn. Met betrekking tot het strand en de duinen zijn de bepalingen vervat in art. 1.51 van het A.G.P. van toepassing.

Art. 17.2.

Het is verboden honden van het ras Pitbull-Terriër te houden of ermee te verblijven op het grondgebied van de gemeente.

Art. 17.3.

Rondlopende honden moeten door de lokale politie gevangen worden en overgebracht worden naar een inrichting die deze wil in bewaring houden, op kosten van de eigenaar. Deze kan zijn dier alleen terug bekomen na betaling van de onderhouds- en verplaatsingskosten. Indien de verantwoordelijke persoon van genoemde inrichting oordeelt dat het dier gevaarlijk is, of wanneer het niet aanvaard wordt, mag het dier afgemaakt worden, zonder recht op schadevergoeding.

Art. 17.4.

De toegang met honden is verboden tot alle openbare gemeentegebouwen alsook tot de begraafplaatsen, met uitzondering van honden federale of lokale politie en assistentiehonden voor visueel en motorisch gehandicapten. Met betrekking tot de begraafplaatsen wordt deze maatregel aangeduid aan de desbetreffende toegangen door middel van een rond bord in witte kleur met rode rand en zwart symbool.

Art. 17.5.

Wanneer honden openbare parken en plantsoenen, de openbare weg, wandelpaden, voetpaden, trottoirs, grasbermen, bossen en zeedijken, of huisgevels bevuilen, moeten de eigenaars of de begeleiders van deze honden de uitwerpselen onmiddellijk verwijderen. Hiertoe dienen zij steeds in het bezit te zijn van een daartoe bestemd zakje. Dit zakje moet kunnen dichtgeknoopt worden. Het dient op het eerste verzoek van de lokale politie en federale politie getoond. De bepalingen van dit artikel ontslaan de aangelanden evenwel niet van hun verplichting inzake reiniging. Met betrekking tot het strand en de duinen zijn de bepalingen vervat in art. 1.52 van het A.G.P. van toepassing.

Art. 17.6.

Het is verboden dieren langer dan een half uur op te sluiten in geparkeerde personenwagens of andere kleine voertuigen.

Paarden

Art. 1.53.

§1. Het paardrijden kan enkel gebeuren met een opgezadeld paard, met bit en bereden door één ruiter.

§2. Het is verboden op het strand en in de duinen een rijdier te laten begeleiden of te laten berijden door een kind, jonger dan 14 jaar. Die leeftijd wordt echter teruggebracht op 12 jaar voor de bestuurders van rijdieren, op voorwaarde dat zij begeleid worden door een ruiter die ten minste 21 jaar oud is.

§3. Tegen gebeurlijke ongevallen moeten de eigenaars of uitbaters bij een wettig erkende maatschappij behoorlijk en genoegzaam verzekerd zijn.

§4. Begeleiders of ruiters van rijdieren zijn verantwoordelijk voor het opruimen van de uitwerpselen van deze dieren op alle delen van het openbare domein.

Art. 1.54.

Het verkeer met rijdieren is altijd verboden :
a) op het strand boven de hoogwaterlijn;
b) in de duinenstrook gelegen tussen de noordelijke Koninklijke Baan en het strand, tenzij op de daartoe aangelegde ruiterpaden;
c) langs de toegang van de Koninklijke Baan naar het strand "Vosseslag" tijdens de paasvakantie en het badseizoen tussen 9 en 19 uur;
d) het verbod bepaald onder b) en c) geldt niet in de overige doorgangen van de Koninklijke Baan naar het strand, tenzij tijdens de paasvakantie en het badseizoen tussen 9 en 19 uur.

Art. 1.55.

In de paasvakantie en het badseizoen is het verkeer met paarden verboden op het strand tussen 9 en 19 uur.

Art. 1.56.

De artikels 1.54 en 1.55 zijn niet van toepassing op :
1° leden van de politiediensten met hun rijdier in de uitoefening van hun functie;
2° rijdieren waarvoor de gemeente aan de eigenaar een standrecht heeft toegekend op het strand;
3° aangestelden van een erkende bewakingsonderneming in de uitoefening van een door de overheid vergunde bewakingsopdracht met hun rijdier.

Art. 19.1.

Het is verboden een rijdier in de hand te geven van een kind om op de openbare weg te komen indien verder hiertoe niet voldaan wordt aan de voorwaarden bepaald in artikel 8 op de politie van het wegverkeer. Met betrekking tot het strand en
de duinen zijn de bepalingen vervat in art. 1.53 §2 van het A.G.P. van toepassing.

Bekijk hier het volledig Algemeen Gemeentelijk Politiereglement.

Strandtenten

Bekijk hier het volledig Gemeentelijk Reglement betreffende strandtenten.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrief voor onze laatste nieuwtjes en acties.

Volg ons ook op